Houtopstanden

Houtopstanden in de Wet natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen  zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag indien wordt voldaan aan de volgende twee punten:

  1. de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Houtopstanden' ligt;
  2. de houtopstand waarin de bomen worden gekapt groter is dan 10 are (1.000 vierkante meter) of het gaat om bomen in een rijbeplanting van 20 bomen of meer.

Hierop zijn wel diverse uitzonderingen.

Deze regel geldt niet voor :
a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;
b. houtopstanden op erven of in tuinen;
c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;
e. kweekgoed;
f. uit populieren of wilgen bestaande:

  1. wegbeplantingen;
  2. beplantingen langs waterwegen, en
  3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

g. het dunnen van een houtopstand;
h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij:

  1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
  2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en
  3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.