Wet Natuurbescherming

 

Wet natuurbescherming (Wnb)

In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd. Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingswet 1998 die over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hieronder is weergegeven waar wij aan toetsen.

  

Verbodsartikel Lid Toelichting 
3.1 Vogelrichtlijn Lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
  Lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
  Lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
  Lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
  Lid 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
3.5 Habitatrichtlijn Lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
  Lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
  Lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
  Lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
  Lid 5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
3.10 andere soorten Lid 1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet:
a: opzettelijk te doden of te vangen;
b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen,
c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

 

Soortbescherming

De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de 'andere soorten'. In de Wet natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. In de tabel hieronder is weergegeven op welke beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn. Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn hier te vinden.

 

Gebiedsbescherming

Naast beschermde soorten zijn er ook beschermde gebieden aangewezen. In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet, de zogenaamde Natura2000-gebieden. In Nederland zijn gebieden aangewezen die onder het Natuurnetwerk Nederland vallen. Deze gebieden zijn strikt beschermd.

 

Rolverdeling provincies en Rijk

Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is dan alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes.

 

Vergunning aanvragen gemeente of provincie

Wanneer u als particulier een omgevingsvergunning bij de gemeente aanvraagt, wordt de aanvraag net als voorheen getoetst aan de Wet natuurbescherming. Bij de provincie kan nog steeds een aparte natuurvergunning worden aangevraagd.

Voor sommige activiteiten moet een ontheffing nog steeds bij de Raad voor Ondernemend Nederland (RVO) worden aangevraagd. Dit betreft:

Ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals:
•    Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•    Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
•    Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen.
•    Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•    Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•    Gastransportnetwerk.
•    Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis.

(Bron)

 

Omgevingswet

Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2022 in werking treden.